De herfstwind dringt door merg en been

Matsuo Basho

Matsuo Basho (1644-1694) staat bekend als een van de grootste Japanse dichters; zijn haikai-poëzie is over de hele wereld geliefd. In De herfstwind dringt door merg en been is al het lyrisch proza verzameld dat Basho in de periode 1680-1688 schreef. Eind zeventiende eeuw besloot Basho het literaire wereldje de rug toe te keren en zich als kluizenaar af te zonderen in een simpele hut in een buitenwijk van Edo (het huidige Tokyo). Op die manier hoopte hij de grote Chinese dichters uit het verleden in de geest te benaderen. Bashô’s proza uit zijn jonge jaren getuigt van eenzaamheid, maar geeft ook uiting aan de diepe vriendschap van de dichter met zijn leerlingen en weldoeners. Basho toont zich een meester in het hanteren van beknopt maar beeldend proza, waarin haikai-gedichten op ingenieuze wijze zijn verwerkt. Zijn geschriften kenmerken zich door sublieme landschapsbeschrijvingen, onverwachte overgangen en associaties, en goedgeluimde zelfspot. In naakte onverbloemde taal stelt hij vragen over de schrijnende menselijke conditie.

€21,99 - Op voorraad
Bindwijze
Paperback
Taal
Nederlands
Pagina's
167
Verschijningsjaar
2001
Uitgeverij
De Arbeiderspers
Vertaler
Jos Vos
Wat maakt dit boek bijzonder?
In enkele trefzekere woorden weet Matsuo Basho een hele wereld op te roepen. De herfstwind dringt door merg en been laat je kennismaken met de verstilde schoonheid van de Japanse poëzie, waarin de natuur, de vergankelijkheid en het alledaagse een diepe weerklank krijgen. Een bundel om langzaam te lezen en telkens opnieuw naar terug te keren.
‘Dit boek is niet alleen een staalkaart van het werk van Basho, maar ook een toegangspoort tot een tijdsgewricht, een cultuur en een literaire traditie.’
NRC Handelsblad
Wat je moet weten over de auteur
Matsuo Basho (1644-1694), geboren als Matsuo Kinsaku, was een van de grootste dichters uit de Japanse literatuur en geldt als de meester van de haiku. Hij stamde uit een verarmde samoeraifamilie en groeide op in Ueno, in de provincie Iga. Als jonge man raakte hij vertrouwd met de Japanse dichtkunst. In 1672 vestigde hij zich in Edo, het huidige Tokio, waar hij naam maakte als dichter en talrijke leerlingen aantrok. Basho ontwikkelde een eigen stijl waarin eenvoud, verstilling en de vergankelijkheid van het bestaan centraal staan. Met slechts enkele woorden wist hij de schoonheid van een vluchtig moment op te roepen. Hij maakte van de haiku, een korte Japanse dichtvorm, een volwaardige literaire kunst en liet zich daarbij inspireren door de natuur, het dagelijks leven en de boeddhistische gedachte dat alles voortdurend verandert. Reizen vormden een essentieel onderdeel van zijn leven en werk. In 1689 trok hij door het noorden van Japan, een tocht die de basis vormde voor zijn beroemdste werk Oku no Hosomichi (De smalle weg naar het verre noorden). Daarin verweeft hij reisbeschrijvingen met poëzie en beschouwingen over de geschiedenis en de natuur. Basho stierf in 1694 in Osaka. Zijn werk blijft wereldwijd lezers inspireren door zijn vermogen om in het kleine en vergankelijke iets tijdloos te onthullen.