De vrede in de korf
Bestaat er een liefde waarbij elk de ander aanwijst als, in de woorden van Rilke, ‘de bewaker van zijn eigen eenzaamheid’? In De vrede in de korf brengt Jeanne in haar dagboek onder woorden hoe ze zich opgesloten voelt in het door haar zo zorgvuldig bewaakte, vreedzame huwelijk. In een ontluisterend relaas, vrij van dogmatisch of ideologisch discours, observeert ze de relaties van haar vriendinnen en collega’s en beschrijft ze de gesprekken die ze met hen voert over liefde, twijfel en maatschappelijke conventies. In De vrede in de korf schildert Alice Rivaz een intiem portret van vrouwen die hun eigen stem proberen te vinden binnen de beperkingen van hun tijd en reflecteert ze compromisloos op het huwelijk, moederschap, vrijheid en verbondenheid. In een sobere, precieze stijl legt Rivaz de innerlijke wereld van haar personages bloot en daarmee ook van een na-oorlogse tijd waarin men snakt naar vrede, zo nodig ten koste van individualiteit. De vrede in de korf is een vroege, radicale feministische aanklacht tegen de vanzelfsprekendheid van vrouwelijke zelfopoffering en kleinburgerlijke geborgenheid. De roman verscheen in 1947 – en dus twee jaar vóór De tweede sekse van Simone de Beauvoir – en is een voorloper van de feministische romans van de tweede helft van de twintigste eeuw.